Skip links

Terug naar overzicht

Welke behandeling?

Welke behandelingen zijn er?

Er zijn meerdere behandelingsmogelijkheden voor retinoblastoom en iedere patiënt krijgt een behandeling op maat. Dat komt doordat retinoblastoom zich bij ieder kind anders ontwikkelt. De keuze voor de beste behandeling hangt af van de grootte en de plaats van de tumor.

De oogartsen bepalen samen met het retinoblastoomteam welke behandeling het meest geschikt is voor uw kind. Daarbij kijken zij naar de gevolgen van de ziekte en de behandeling, op korte én lange termijn.

Gelukkig geneest in Nederland ongeveer 95% van de kinderen met retinoblastoom. Vaak moet een oog worden verwijderd. Als de tumor niet te groot is, kan het oog soms worden gespaard. Een behandeling waarbij het oog behouden blijft, duurt meestal ongeveer twee jaar.

 

Verwijdering van het oog (enucleatie)

Als de tumor meer dan de helft van het netvlies heeft aangetast en/of er levensgevaar dreigt wanneer het oog behouden blijft, is de veiligste behandeling om het oog te verwijderen (enucleatie). Als deze ingreep nodig is bereiden de oogartsen en verpleegkundigen u en uw kind daar zorgvuldig op voor.

Enucleatie gebeurt onder narcose. Het oog wordt verwijderd en een kunststof bolletje wordt ingebracht om de holte op te vullen. Na vier tot zes weken, als de wond goed genezen is, wordt er een kunstoog aangemeten door de prothesemaker (ocularist). Meer informatie over deze operatie leest u in deze brochure.

Laser- of cryocoagulatie

Deze methoden zijn geschikt voor kleine tumoren in het oog. Als er kleine tumortjes zijn in het centrum van het netvlies kunnen die worden gelaserd. De tumor wordt dan met een laserstraal via de pupil verhit en vernietigd. De tumor verandert in een litteken. Lasercoagulatie kan alleen of in combinatie met chemotherapie (tumorchemoreductie) worden toegepast

Als de tumoren aan de rand van het netvlies zitten, wordt gebruik gemaakt van plaatselijke bevriezing of cryocoagulatie (cryo = koud). De bevriezing van -60° C gaat zonder het oog te openen door het bindvlies heen. Met een koud staafje wordt de tumor vanuit de buitenkant van het oog zo bevroren dat die afsterft. Op de plek waar ooit een tumor heeft gezeten en een litteken is ontstaan functioneren de netvliescellen niet, waardoor de patiënt slechter kan zien.

Chemotherapie

Onder chemotherapie wordt een behandeling verstaan met celgroeiremmende of celdodende medicijnen, zgn. cytostatica. Er zijn vaak meerdere chemotherapie behandelingen nodig en er zijn verschillende medicijnen effectief. De kinderoncoloog zal u alle informatie geven over het effect en de bijwerkingen van deze behandeling. Deze medicijnen kunnen in verschillende toedieningsvormen worden toegepast (lees ook alles in de folder rechts):

Chemotherapie kan middelgrote tumoren in het oog doen krimpen (reductie) en wordt in dat geval toegepast in combinatie met lasertherapie, cryocoagulatie of een radioactief schildje. De chemotherapie wordt in een kuur toegediend via een infuus. Iedere vier weken wordt de chemokuur herhaald.

Een paar uur voorafgaande aan de laserbehandeling (thermotherapie) wordt chemotherapie gegeven zodat het effect van de chemotherapie en de laser elkaar versterken.

Chemotherapie kan ook worden gegeven als aanvullende behandeling. Dit gebeurt nadat een oog is verwijderd en uit onderzoek blijkt dat de tumor diep in het vaatvlies of de oogzenuw is gegroeid.

Het doel van deze behandeling is om de kleine kans op uitzaaiingen zo veel mogelijk te voorkomen. Uit voorzorg krijgt het kind dan zes kuren chemotherapie, steeds met vier weken ertussen. Hiermee wordt geprobeerd te voorkomen dat later uitzaaiingen ontstaan.

Selectieve intra-arteriële chemotherapie (SIAC) is een behandeling die wordt uitgevoerd door een neuro-interventieradioloog. Hierbij wordt via de lies een dun slangetje (katheter) in een bloedvat gebracht. De katheter wordt via de slagader naar het oog geleid. Daarna wordt via dit slangetje chemotherapie direct in het bloedvat van het oog gegeven.

Door deze behandeling krijgt vooral het oog chemotherapie en wordt de rest van het lichaam zo veel mogelijk gespaard. De behandeling wordt meestal twee tot vier keer herhaald, met telkens 3 tot 4 weken ertussen. Dit gebeurt totdat de tumor verdwenen is.

Niet alle tumoren zijn geschikt voor deze behandeling. Ook moet een kind minimaal zes maanden oud zijn. De behandeling kan wel aan beide ogen tegelijk worden uitgevoerd.

Soms blijken de bloedvaten tijdens de behandeling toch niet geschikt te zijn voor deze therapie. De radioloog ziet dit pas tijdens de ingreep. In dat geval wordt de behandeling gestopt. Daarna bespreken de oogartsen samen met de ouders welke andere behandeling mogelijk is.

Deze video laat zien hoe de behandeling in zijn werk gaat. 

Als aanvullende behandeling op andere behandeling(en) kan er chemotherapie direct in het glasvocht (vitreum) van de oogbol worden geïnjecteerd met een haarfijn naaldje. Deze behandeling wordt gegeven als er sprake is van glasvochtuitzaaïngen oftwel (glasvocht) seedings. Bij deze vorm van retinoblastoom drijven kleine brokjes tumor “vrij” in de glasvochtruimte van de oogbol. Deze losse tumorcellen zijn moeilijk te behandelen en hebben de neiging om weer terug te groeien. Dat noemen we recidiveren. In enkele gevallen lukt het toch om ze permanent weg te krijgen dor middel van intravitreale injecties met chemotherapie. Deze behandeling moet meedere malen worden herhaald met een tussenpoos van 1-4 weken.

Bestraling

Retinoblastoom kan ook worden behandeld met bestraling (radiotherapie). De bestraling kan plaatselijk worden gegeven met een radioactief schildje op het oog, of van buitenaf worden toegediend.

Deze behandelingen worden niet in Nederland uitgevoerd. Als uw kind bestraling nodig heeft, wordt uw kind voor de bestraling verwezen naar Essen in Duitsland.

Radioactief schildje

Bij deze vorm van bestraling wordt een radioactief schildje aan de buitenkant van het oog geplaatst, precies ter hoogte van de tumor aan de binnenkant van het oog. Deze behandeling is alleen geschikt voor kleine tot middelgrote tumoren.

Het schildje blijft enkele dagen zitten om zoveel mogelijk tumorcellen te vernietigen. De behandeling kan ook worden gebruikt als het oog eerder is behandeld, maar er opnieuw tumorcellen op dezelfde plek zijn ontstaan. Dit heet een terugkeer van de ziekte (recidief).

 

Uitwendige bestraling

Bij uitwendige radiotherapie wordt geprobeerd de tumor te vernietigen met bestraling. Als beide ogen ernstig zijn aangetast, kunnen de ogen van buitenaf worden bestraald.

Tumorcellen van retinoblastoom zijn erg gevoelig voor bestraling. Daarom werkt deze behandeling bij veel kinderen goed. Tijdens de behandeling wordt het oog of worden beide ogen in vijf weken tijd 25 keer bestraald met een lage dosis. De bestraling gebeurt onder narcose.

Uitwendige bestraling is een goede behandeling en soms de enige manier om het zicht te behouden. Er kunnen echter ook (ernstige) bijwerkingen optreden, zoals vervorming van de oogkas, staar (een troebele ooglens), bloedingen in het oog of droge ogen. Ook is er later in het leven een kleine kans op het ontstaan van een andere tumor in het bestraalde gebied.